|
Download dit document als PDF-bestand. 1. InleidingDe Nederlandse Geotextielorganisatie, NGO, is een vereniging voor iedereen in Nederland met interesse in of zakelijk belang bij het toepassen van geokunststoffen. De NGO geeft in dit plan beleidslijnen aan voor de komende periode. De NGO-commissies zullen deze beleidslijnen concreet uitwerken in actieplannen. De resultaten zullen jaarlijks geëvalueerd worden. In het voorliggende beleidsplan geeft het bestuur aan welke middelen het in de periode 2003 - 2008 wil inzetten en welke doelgroepen het daarmee wil bereiken, teneinde de doelstelling van de NGO te verwezenlijken. 2. DoelstellingDe doelstelling van de NGO is onveranderd: het vergroten en verbreiden van de kennis over geokunststoffen en de verantwoorde toepassing ervan.
2.1 kennis vergrotenDe doelstelling is tweeledig: ten eerste dient de kennis over geokunststoffen en de toepassing daarvan vergroot te worden. De NGO doet dit door initiatie van onderzoek in haar vakgebied en door deelname aan zulk onderzoek. Daarnaast houdt de NGO zicht op internationale ontwikkelingen en ondersteunt normalisatie-activiteiten binnen CEN.
2.2 kennis verbreidenHet verbreiden van de kennis over geokunststoffen vormt het grootste deel van de inspanningen van de vereniging. Van belang daarbij is welke doelgroepen de NGO wil bereiken, en met welke middelen dit kan plaatsvinden.
2.2.1 doelgroepen De kennisbehoefte en de manier van informatie verzamelen verschilt per doelgroep. De NGO onderkent de volgende doelgroepen: - ontwerpers
Doelgroep met primair belang. Ontwerpers hebben behoefte aan neutrale, betrouwbare informatie over ontwerpmogelijkheden met geokunststoffen. Ze zoeken daar alleen actief naar als het gebruik van geokunststoffen in hun ontwerp een kritische parameter is. Voor de NGO is het daarnaast van belang dat ontwerpers een goede basiskennis van de mogelijkheden met geokunststoffen hebben. De manier waarop ontwerpers informatie zoeken is sterk veranderd door het algemeen worden van Internet in de afgelopen jaren. Ontwerpers vinden op het web alles wat ze nodig hebben, maar die informatie is meestal commercieel gekleurd. De NGO biedt toegevoegde waarde door neutrale, betrouwbare informatie te verstrekken of door toegang te bieden tot zulke informatie.
- opdrachtgevers
Secundaire doelgroep, gezien het feit dat de ontwerpers tegenwoordig meestal degenen zijn die informatie over geokunststoffen verzamelen en beslissingen nemen over het al dan niet toepassen ervan. Opdrachtgevers van werken zullen wel bij NGO-actviteiten betrokken worden en op de hoogte gehouden.
- leveranciers
De Nederlandse leveranciers van geokunststoffen, op een enkeling na, zijn leden van de NGO. Zij vormen een interne doelgroep. Leveranciers hebben behoefte aan marktinformatie en het ondersteunen van hun commerciële boodschap. De NGO stelt zich echter uitdrukkelijk ten doel om feitelijk en objectief te informeren en te handelen.
- verwerkers
Moeilijk bereikbare doelgroep. Niet bereid om veel (reis)tijd te investeren in workshops en dergelijke over geokunststoffen. De uitvoerder of opzichter zou - naar de mening van de NGO - gebaat zijn bij meer praktische kennis van het verwerken van geokunststoffen.
- onderwijs (docenten en hun studenten)
Doelgroep waarin de NGO in het verleden veel activiteiten heeft ontplooid (lesboek HTS, lesbrieven MTS, volwassenencursussen). In 2003/2004 worden cursussen gegeven in samenwerking met de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, en gastcolleges aan andere HBO- en WO-instellingen. De NGO wil het onderwijs actief ondersteunen door het ontwikkelen en aanbieden van neutraal onderwijsmateriaal. Daarnaast biedt de NGO inhoudelijke ondersteuning aan studenten door betrouwbare basisinformatie op een gemakkelijke wijze toegankelijk te maken.
2.2.2. middelen Om haar doelen te verwezenlijken zet de NGO de volgende middelen in: - bijeenkomsten
Het organiseren van bijeenkomsten, waarbij de volgende aspecten van belang zijn: - kleinschalig; toegespitst op één doelgroep;
- 'roadshow': een workshop of lezingenmiddag herhaald aanbieden op diverse plaatsen in het land, bijvoorbeeld op locatie bij leden, goed bereikbaar voor de doelgroep;
- per bijeenkomst doelgroep definiëren en gericht uitnodigen;
- aan te sluiten bij actualiteit (in een deel van het vakgebied).
- vakblad Geokunst
De reacties op Geokunst zijn positief. Uitgave van het blad dient te worden voortgezet. Afstemming van onderwerpen met de commissie Bijeenkomsten kan zowel het blad als de bijeenkomsten voordeel bieden en meer effect geven.
- website
Een website biedt meer mogelijkheden dan de NGO nu benut. Dit wordt in de komende periode opepakt. De bedoeling is dat met name het bieden van hulpmiddelen ten behoeve van het ontwerpproces beschikbaar komen.
- nieuwe middelen: CD-ROM
Naast de bestaande middelen overweegt het bestuur om nieuwe middelen te ontwikkelen. Gedacht wordt daarbij met name aan een presentatie op CD-ROM, waarmee aan de informatiebehoefte van diverse doelgroepen tegelijkertijd tegemoetgekomen kan worden. Dit medium kan veel informatie bevatten, zoals: - basiskennis van geokunststoffen, eventueel in lesvorm; dit voor de verschillende onderwijstypen (MTS, HTS, WO, post-doc, volwasseneneducatie op diverse niveaus's);
- ontwerpmethoden;
- verwerkingsinstructies;
- overzicht van normen.
De informatie op de CD-ROM kan regelmatig, via de website, worden geactualiseerd.
3. Beleidskeuzes en uitvoering De NGO zal zich in de komende jaren vooral richten op kennisverbreiding onder de doelgroepen ontwerpers en onderwijs. Om aan te sluiten bij de huidige tijd gebeurt dit vooral via de verder uit te bouwen website, waarop bijvoorbeeld syllabi van bijeenkomsten in de toekomst snel digitaal verkrijgbaar moeten zijn. Overige doelgroepen worden niet vergeten, maar krijgen minder prioriteit. Naar kennisvergroting (onderzoek) zal evenveel aandacht uitgaan als in vorige jaren. De leden zullen eveneens extra aandacht krijgen; de vereniging zal zich bezinnen op mogelijkheden om extra meerwaarde te bieden aan haar collectieve leden. De uitvoering van het beleid berust bij de diverse NGO-commissies. Het bestuur houdt de coördinatie van de uitvoering van het beleid.
|